AGS in Detail

Adrenogenitaal syndroom (AGS) of congenitale bijnierschorshyperplasie (CAH)
 
AGS is een autosomaal (autosoom is een chromosoom dat geen geslachtschromosoom is) recessieve aandoening* van de bijnier, veroorzaakt door defecten in enzymen betrokken bij de steroïdsynthese.

De meest voorkomende, klassieke vorm van bijnierschorshyperplasie (95%) wordt veroorzaakt door een deficiëntie (tekort) in het 21-hydroxylase-enzym. In 75% van de klassieke deficiëntie wordt dit veroorzaakt door een "loss-of-function" puntmutatie**, in 15% van de gevallen zijn er deleties beschreven in bepaalde exonen***. In slechts enkele gevallen is er sprake van een complete gendeletie of genconversie. Daarnaast zijn er ook deficiënties beschreven in het 3B-hydroxysteroid- dehydrognase of 11B-hydroxylase-enzym. Deze komen echter veel minder voor (5% van alle gevallen).

In alle gevallen treed er door een tekort van een enzym een specifieke blokkade op in de steroïdsynthese. Waar dit exact optreed, is afhankelijk van het betreffende enzym. In alle gevallen hoopt het 17-hydroxy-progesteron (17-OHP) op en kunnen aldosteron en cortisol niet geproduceerd worden. Een tekort aan cortisol stimuleert de hypofyse tot verhoogde ACTH-productie, wat vervolgens leidt tot bovenmatige stimulatie van de bijnier. Dit resulteert naast een bijnierschorshyperplasie ook in een overmaat aan androgenen, waaronder testosteron.

Door een tekort aan aldosteron (zoutcrisis) en cortisol (addison crisis) kunnen kinderen in de tweede tot derde levensweek in een levensbedreigende toestand raken en eventueel overlijden. Kinderen die een zoutverliezende crisis hebben overleefd, blijken later meer leerstoornissen en een lager intelligentie te hebben.

De overmaat aan testosteron leidt bij meisjes al voor de geboorte tot vermannelijking van het genitaal, wat bij de geboorte aanleiding is tot problemen bij geslachtstoekenning. Bovendien kan er door de gestoorde hormoonhuishouding vochtgebrek optreden in de week van de geboorte. Ook kunnen zich hartritmestoornissen voordoen door gebrek aan essentiële mineralen.

Lichte vormen van AGS, die in de periode kort na de geboorte nog geen problemen geven, ontwikkelen gedurende de eerste levensjaren een zogenaamde pseudo-pubertas praecox (vroegtijdige pubertijd), waarbij secundaire geslachtskenmerken zich ontwikkelen en een versnelde groei en rijping optreden.

AGS kan worden behandeld met cortison en aldosteron in tabletvorm. Daarnaast kunnen de uitwendige geslachtsorganen bij meisjes in de eerste levensmaanden worden gecorrigeerd. De incidentie in Nederland ligt rond de 1:14.000.

Uit onderzoek is gebleken dat de opsporing van AGS-patiënten eenvoudig is door het bepalen van de concentratie 17a-hydroxyproogesteron in het hielprik bloed van de pasgeborene. Dit monster wordt al afgenomen in het kader van de landelijke neonatale screening voor PKU en CHT. Sinds 2000 wordt er landelijk gescreend op AGS.

_____________

* Bij autosomaal recessieve overerving van een ziektebeeld hebben beide ouders van een patiënt ieder één genafwijking, en heeft de patiënt van elk van beide ouders juist de twee afwijkende genen gekregen. De ouders hebben als dragers van slechts één genafwijking met daarnaast een normaal gen geen verschijnselen van de aandoening (of soms zéér milde verschijnselen).
Kenmerken van een autosomaal recessieve vorm van overerving zijn:
De ouders van de patiënt hebben de aandoening niet, maar zijn drager van het gen. Soms hebben zij zeer milde verschijnselen. De aandoening komt bij mannen en vrouwen in gelijke mate voor. Voor elk volgend kind van dezelfde ouders is de kans op herhaling 25%.

** Een deletie is een mutatie (verandering) waarbij de hoeveelheid genetisch materiaal afneemt. Sommige deleties betreffen het verlies van een of enkele basen, ook wel een puntmutatie genoemd.

*** Een exon (van Engels: expressed region) is een stukje DNA dat zich bevindt in een gen en dat in het uiteindelijke mRNA terecht zal komen. Het grootste deel van de exons zal uiteindelijk ook coderen voor het eiwit wat door het betreffende gen bepaald wordt. De delen van het gen die niet in het uiteindelijke mRNA terecht komen, worden introns genoemd. - De situatie is enigszins te vergelijken met een boek waar tussen de leesbare tekst door opeens enkele regels staan die uit willekeurige letters bestaan. Deze willekeurige letters zullen in het uiteindelijke "boek" ertussenuit gehaald worden, waardoor een verhaal zal ontstaan dat volledig leesbaar is. De exons vormen de leesbare tekst.

Literatuur: Tekst is op basis van dr A Boelen, - Hoofdstuk 3 uit: Endocrinologie - derde druk 2007
Aanvullingen en verklaringen uit: www.wikipedia.nl.

Klik hier om terug te gaan

(bijgewerkt: 19-04-2010)

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net FoundationWij voldoen aan de HON- code, die staat voor betrouwbare informatie over gezondheid:
Controleer hier.