Tertiaire bijnierschorsinsufficiëntie

Uit de samenvatting: Corticosteroïden worden toegepast vanwege hun ontstekingsremmende en afweeronderdrukkende werking. Twee belangrijke lokale toepassingsgebieden voor corticosteroïden zijn de longen en de huid. Inhalatiecorticosteroïden (ICS) worden in de longen toegepast bij astma en dermatocorticosteroïden (DCS) worden voorgeschreven bij verschillende huidaandoeningen zoals eczeem en psoriasis. Het gebruik van corticosteroïden kan de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as (HPA-as) verstoren. De HPA-as is verantwoordelijk voor de afgifte van cortisol. Door corticosteroïden-gebruik signaleert de HPA-as onterecht een normale cortisolspiegel. Bij een continue verstoring van de HPA-as wordt de bijnierschors 'lui' en is er sprake van tertiaire bijnierschorsinsufficiëntie. Met als gevolg dat de cortisolspiegel sterk verlaagd is en belangrijke lichaamsfuncties verstoord zijn, waardoor voornamelijk in stressvolle situaties het lichaam niet adequaat kan reageren. Het doel van deze literatuurstudie is het in kaart te brengen wat er tot op heden in de wetenschappelijke literatuur bekend is over het verband tussen het gebruik van ICS en DCS en het ontstaan van tertiaire bijnierschorsinsufficiëntie.

De literatuurstudie in Word

 

(bijgewerkt:10-02-2010)

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net FoundationWij voldoen aan de HON- code, die staat voor betrouwbare informatie over gezondheid:
Controleer hier.